Auteurs

Aenvechtinge

 

Ick heb om u genaed' o grote God, gebeden,
Maer och! ghy hebtse my in mijnen druck ontseyt.
Ick heb geroepen om u milde goedicheyt,
Maer hebse niet gevoelt in mijn ellendicheden.

Ick heb om uw liefd' geworstelt en gestreden
Maer hebbe te vergeefs daer lange na gebeyt.
Ick hebbe dick gesocht u mede-dogentheyt,
Maer en verneemse niet tot op den dach van heden.

Hoe licht cost u genae bekeren mijn gemoet.
U liefd' en goedicheyt my trecken tot het goed'.
U mede-dogentheyt vant quade my bevrijden.

Eylaes! wat seg'ick Heer! dewijl mijn herte tracht
Na uwe soeticheyt, so heeft daer in gewracht U goetheyt, u genae, u liefd', u medelijden.

 

In hedendaags Nederlands:

Aanvechting

Ik heb U om gena', o grote God, gebeden,
Maar ach, U hebt het m' in mijn druk ontzegd.
Ik heb geroepen om Uw milde goedigheid,
Maar heb haar niet gevoeld in mijn ellendigheden.
Ik heb om Uwe liefd' geworsteld en gestreden
Maar ik heb tevergeefs daar zo lang op gewacht.
Ik heb zo vaak gezocht naar Uw meedogendheid,
Maar ik bemerk haar niet tot op de dag van heden.
Met groot gemak kon Uw gena' bekeren mijn gemoed,
Uw liefd' en Uw goedheid mij trekken tot het goed',
Uw medelijdendheid mij van het kwaad bevrijden.

Maar nee, wat zeg ik Heer'! omdat mijn hart zo streeft,
naar al Uw zoetigheid, dan heeft in mij gewerkt Uw goedheid, Uw gena', Uw liefd', Uw medelijden.

Jacobus Revius
in: Over-Ysselsche Sangen en Dichten
I, 251


eerder voor u gelezen..


HomeHome

Winkelwagen  

Uw winkelwagen bevat geen producten.